![]() |
Eeuwenlang op zoek naar de graalZe hebben niets met esoterische zoektochten naar de Graal : de mannen én vrouwen die zich deze week in Utrecht in de avonturen van nobele ridders storten, bedrijven serieuze wetenschap. Ze zijn hier voor het eerste congres van de International Arthurian Society op Nederlandse bodem. In Amsterdam is speciaal voor de gelegenheid een expositie ingericht, met alle Arthur-manuscripten uit Nederlandse collecties. De rijkgeschakeerde verhalen over de legendarische koning Arthur en zijn ridders van de Ronde Tafel, hun uitzonderlijke karakters, fantastische avonturen en zoektocht naar de mysterieuze Graal hebben de eeuwen overleefd en blijven tot de verbeelding spreken. Zo verwelkomt Zuid-Engeland jaarlijks duizenden moderne pelgrims op innerlijke zoektocht, die in de ruïnes van de abdij van Glastonbury, bij de Bloedbron en in 'de nevelen van Avalon' iets van hun gading hopen te vinden. Maar ook films en boeken, speelgoed, videospelletjes en zelfs opera’s getuigen van de niet aflatende belangstelling voor de ridderromans. "De Arthurvertellingen zijn een onderdeel van onze cultuur", constateert de Utrechtse mediëvist dr. Frank Brandsma, een van de organisatoren van het Arthurcongres, deze week in Utrecht. Hij houdt een knipselmap bij, waarin hij alles verzamelt uit kranten, tijdschriften en reclameblaadjes, wat verwijst naar elementen uit de ridderverhalen. Een advertentie voor speelgoedzwaard 'Excalibur' bijvoorbeeld, genoemd naar het magische zwaard van koning Arthur, en een personeelsadvertentie waarin 'een nieuwe ridder' wordt gezocht voor 'de ronde tafel'." "De Heilige Graal waarnaar Arthurs ridders op zoek zijn, is zelfs een maatschappelijk-culturele metafoor geworden – voor de ultieme waarheid of voor het hoogste doel dat een mens bereiken kan. Denk aan de 'gouden graal' waarvoor de winnaar van Wimbledon op de knieën valt. Ook het zoektocht-achtige in de Harry Potterboeken refereert aan de queeste naar de Graal." Wie was die Arthur? Is hij een historische persoonlijkheid of een mythologisch figuur? Voor Brandsma zelf, als middeleeuws letterkundige, een weinig relevante vraag; hem gaat het primair om de verhalen zelf, de inhoud en de vertelstructuur. Maar het is wel altijd het eerste wat mensen willen weten. Het antwoord moet hij schuldig blijven: er zijn eenvoudigweg geen betrouwbare historische bronnen die dat kunnen staven. Áls Arthur geleefd heeft, dan zou hij eind 5de eeuw zijn geboren, en – na de terugtrekking van de Romeinen uit Engeland – geen koning zijn geweest maar legeraanvoerder. Volgens een Latijnse kroniek uit omstreeks 800, de 'Historia Britonum' van de monnik Nennius, zou hij als 'dux bellorum' succesvol twaalf veldslagen hebben geleverd tegen binnentrekkende landveroveraars. Ook in de grote veldslag bij Mount Badon in 507, waar de Britten de Saksen een geweldige nederlaag toebrachten, zou Arthur de Britse troepen hebben aangevoerd. De eerste literaire aanwijzing dat Arthur een koning was, is te vinden in het Welshe verhaal 'Culhwch & Olwen' uit de 11de eeuw. Deze vertelling kent al Arthurs hof als een middelpunt vanwaar helden uittrekken op sprookjesachtige avonturen en 'queesten' (zoektochten). Historisch gezien blijft zijn koningschap echter een onbetrouwbaar verhaal: de 'Historia Regum Brittanniae' (Geschiedenis van de Britse koningen), omstreeks 1136 geschreven door de Normandische geestelijke Geoffrey of Monmouth, waarin Arthur wordt geschetst als de geweldigste koning met de schitterendste persoonlijkheid van allemaal, is volgens Brandsma grotendeels verzonnen en daarom hooguit pseudo-historisch te noemen. Maar, koning of krijgsheer, historische gestalte of mythologische held, de uitbarsting van ridderromans in de volkstaal vanaf het midden van de 12de eeuw laat zien dat de figuur van Arthur en de thematiek van de Arthurverhalen blijkbaar velen aansprak. Zijn moreel hoogstaande karakter, de hoofse sfeer waarin hij verkeerde met zijn ridders van de Ronde Tafel – Lancelot, Perceval, Galahad, Gauvain – hun spannende avonturen en hun queeste naar de met geheimzinnigheid omgeven heilige Graal prikkelden kennelijk de verbeelding. De Arthurromans vieren als literair genre hun eerste triomfen in Frankrijk en veroveren van daaruit middeleeuws West-Europa. De van oorsprong Brits-Keltische verhalen, overgeleverd via de orale (mondelinge) traditie, zijn waarschijnlijk verspreid door vertellers uit Groot-Brittannië die het Kanaal overstaken. Niet vreemd, gezien de Engels-Franse culturele eenheid, die ontstond nadat de Noormannen vanuit Normandië in 1066 (slag bij Hastings) Engeland hadden veroverd. Ook Arthur zelf zou volgens Geoffrey of Monmouth grote delen van het Europese continent veroverd hebben en zelfs tot voor de poorten van Rome zijn gekomen. Brandsma: "Arthur was de verbindende factor. De figuur die de Britten zagen als held, werd geconfisqueerd door de Normandische veroveraars. Arthur werd zo de voorloper van de Britse koningen. Met hun aanspraken op gebieden op het continent verwezen ze naar hem: ’koning’ Arthur had immers ook grote gebieden in bezit gehad." Het is de Noord-Franse dichter Chrétien de Troyes geweest die van de Arthurverhalen echte ridderromans maakte. Brandsma: "Arthur verdwijnt naar de achtergrond en de ridders van zijn Tafelronde worden belangrijker. Hij maakt er ware rolmodellen van: ze gedragen zich volgens de hoofse cultuur en verrichten allerlei dappere daden, vaak geïnspireerd door een geliefde. Armen, verdrukten, bedreigde jonkvrouwen: bij de koene edellieden vragen ze nooit vergeefs om steun." Chrétien de Troyes is tevens de eerste die het Graal-thema introduceert, een onderwerp dat tot dan in de ridderromans niet thuishoorde. In zijn Conte du Graal (± 1190) beschrijft hij hoe Perceval getuige is van een Graalprocessie in het Graalkasteel van de Visser-Koning, zonder te weten wat hij nu eigenlijk ziet. Later in het verhaal vertelt een kluizenaarster Parcifal dat een gewonde koning leeft van de hostie in die bijzondere schotel. "Zo heilig is de Graal", zegt ze hem. Brandsma: "Dán wordt duidelijk dat de Graal een religieuze lading heeft." Kort daarop schrijft Robert de Boron zijn Joseph d'Arimathie. Hij legt uit dat de Graal de wijnkelk is van het Laatste Avondmaal, waarin Jozef van Arimathea het bloed van Christus aan het kruis heeft opgevangen, en geeft het Graal-mysterie zo een volledig christelijke bedding. Aan het einde van De Borons verhaal wordt de Graal door Petrus, een familielid van Jozef van Arimathea, naar Engeland gebracht. De Boron liet zich niet alleen inspireren door de canonieke evangeliën, maar ook door het apocriefe evangelie van Nicodemus, waarin Jozef van Arimathea een hoofdrol speelt ten tijde van het sterven en de opstanding van Jezus. Ook de anonieme vijfdelige Lancelot-Graal-prozacyclus (1220-1230), waarvan de Bibliotheca Philosophica Hermetica (BPH) drie delen in haar bezit heeft, put uit datzelfde evangelie. In deze verhalencyclus reist Josef van Arimathea met zijn zoon, Bisschop Josephe, en een gevolg van ware gelovigen naar Engeland, waar de meegebrachte Graal een reeks wonderen voortbrengt. Als Bisschop Josephe sterft, bezorgt hij de Graal bij de eerste Visser-Koning. In Corbenic, het beroemde Graalkasteel, wacht de Graal op de komst van de uitverkoren Graalridder. Hoe het Graal-thema zo opeens in de literatuur is terechtgekomen, kan Brandsma niet verklaren. Ook de Utrechtse onderzoekster dr. Martine Meuwese, die de Arthurtentoonstelling in de BPH heeft samengesteld, heeft slechts vermoedens. "Er kwamen uit het Heilige Land in die tijd veel bloedrelieken. De schaal waarin Christus’ bloed zou zijn opgevangen, was natuurlijk het ultieme reliek. Ook vonden in die tijd de eerste bloedprocessies plaats." Wat de Graal nu eigenlijk ís of welke boodschap ze brengt, blijft een mysterie. In de middeleeuwse verhalen is de Graal in ieder geval een ding – een kom, een schaal of een kelk. Brandsma en Meuwese hebben in hun wetenschappelijk onderzoek, dat loopt tot eind 15de eeuw, geen esoterische betekenis van de Graal kunnen ontdekken. En een (nog bestaande) bloedlijn, die begint bij Jezus en Maria Magdalena – zoals Dan Brown beweert in zijn bestseller 'De Da Vinci Code' – is de Heilige Graal al helemaal niet. "Maar de impact van de Graal", zeggen beiden, "is moeilijk vast te stellen. Ook in de Middeleeuwen is het een geheimzinnig iets, omdat de Graal uiteindelijk verdwijnt. Als een pinksterachtige verschijning zweeft het voorwerp, bedekt door een doek, het hof van Arthur binnen. In de grote Lancelot-Graal-prozacyclus is dat het startsein van de queeste. De ridders willen de waarheid van het mysterieuze object ontdekken. Daarom gaan ze zoeken. Het zoeken van de Graal is belangrijker dan het vinden." [Dit artikel verscheen eerder in Trouw, van de redactie religie en filosofie; publicatiedatum: 25 juli 2005] |
AdvertentiesUw klik is geld waard!Help ArcheoNet online te houden: bezoek de onderstaande links! Zoeken met GoogleHoud ArcheoNet online! Zoek met Google:DisclaimerNieuwsberichten worden op internet gezocht, uit dagbladen overgenomen of toegestuurd.Archeonet is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de artikelen. De achtergrondfoto is afkomstig van Museum Het Valkhof. |