De Bronstijd in Nederland (2000-800 v. Chr.)

Het belangrijkste kenmerk van de Bronstijd is uiteraard het gebruik van brons. In de Vroege Bronstijd is brons nog zeer zeldzaam, maar uit de Midden-Bronstijd is al een grote variatie aan voorwerpen bekend. Bronzen voorwerpen worden zelden in nederzettingen gevonden. Het kostbare brons werd meestal omgesmolten. Brons wordt wel gevonden in zogenaamde deposities, groepen voorwerpen die vaak op bijzondere plekken achtergelaten of begraven zijn. Archeologen denken dat de depositie deel uitmaakte van rituelen. Ook in graven vinden we brons.

Vuursteen
Vuursteen blijft gedurende de gehele Bronstijd in gebruik om werktuigen van te maken. De meeste werktuigen zijn eenvoudig. En natuurlijk werd veel aardewerk gebruikt. In de Vroege Bronstijd is er een tweedeling in grof aardewerk voor koken en opslag en fijn aardewerk als serviesgoed en grafgift. In de Midden-Bronstijd worden alleen nog grof gemagerde aardewerken potten gebakken.
In de Bronstijd wordt in kleine nederzettingen gewoond. Deze liggen verspreid in het landschap en bestaan uit een tot drie boerderijen. In de Midden-Bronstijd verschijnen de eerste drie-schepige boerderijen. De lange huizen uit Medel behoren tot het zogenaamde Zijderveld-type: drie-schepige boerderijen met twee rijen dikke dakdragende palen en een wand van dunne staken, waarbij de wand gemaakt kan zijn van vlechtwerk en/of plaggen. Rondom het huis was soms een greppel gegraven.

De ingangen liggen tegenover elkaar in de korte zijden. De lengte van de huizen varieert tussen 16 en 28 meter en de breedte tussen 6 en 7 meter. Op het erf dienen enkele bijgebouwtjes (spiekers) als opslagplaats. Ook bevonden zich naast de huizen opslag- en waterkuilen. De erven werden van elkaar gescheiden door hekwerkjes. De nederzettingen werden omgeven door akkers en weidegronden.

Waarschijnlijk ontstaat het traditionele gemengde boerenbedrijf (landbouw en veeteelt) in de Midden-Bronstijd. De veestapel telt voornamelijk runderen, maar ook wat varkens en schapen of geiten. Daarnaast wordt er gerst en emmertarwe, en vanaf de Midden-Bronstijd ook broodtarwe en gierst verbouwd. Er zullen ook verschillende groenten zijn verbouwd. In hoeverre jacht en visserij een aandeel in het voedselpakket hadden, is onduidelijk. Ook hoe al dit voedsel werd bereid is nauwelijks bekend. Wel zijn bijvoorbeeld maalstenen gevonden, houten lepels en aankoeksel van verbrand voedsel in kookpotten.

De boerengemeenschappen uit de Midden-Bronstijd zijn zelfvoorzienend. Er zijn weinig aanwijzingen voor sociale klasseverschillen of gespecialiseerde beroepen. Aan de basis van de gemeenschap staat de familie. De huizen worden bewoond door drie of meer generaties. Ook het grafritueel lijkt hierop te wijzen; er werd begraven in ‘familiegrafheuvels’, met daarin een centrale begraving van een ‘familie-oudste’ en daar omheen vaak meerdere latere bijzettingen. Het bouwen van de grote huizen en het aanleggen van de grafheuvels werd vermoedelijk in samenwerking met andere families uitgevoerd.

In de Late Bronstijd worden de familiebanden losser; de huizen worden kleiner, en worden waarschijnlijk door slechts een gezin bewoond. Dit zien we ook in Medel. De doden worden in deze periode individueel in urnenvelden begraven.

[Bron: Reader Archeotolken prehistorie, interne publicatie Archeon]

[#] [19 mei 2005, 08:52:22] [Cat.: Overig]


Advertenties

Uw klik is geld waard!
Help ArcheoNet online
te houden: bezoek de
onderstaande links!


Zoeken met Google

Houd ArcheoNet online! Zoek met Google:
Google


Disclaimer

Nieuwsberichten worden op internet gezocht, uit dagbladen overgenomen of toegestuurd.
Archeonet is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de artikelen.

De achtergrondfoto is afkomstig van
Museum Het Valkhof.