![]() |
Cultuurhistorie en toerisme: wederzijds profijt?Toerisme en cultureel erfgoed hebben elkaar nodig. De relatie tussen deze twee staat echter vaak onder spanning: de een kan de ander ook tot last worden. Een sterke nadruk op het behoud van het erfgoed kan toeristische exploitatie in de weg staan. En toeristische exploitatie door te veel attracties en te veel publiek kan het gevoel voor de authenticiteit van het erfgoed verloren laten gaan en daardoor het publiek verjagen. Dit artikel onderzoekt de mogelijkheden om de grenzen tussen cultuur en toerisme te slechten. Casus: Zeeland.
Toerisme is een belangrijke factor in de Zeeuwse economie. Vooral jongeren en gezinnen met kinderen komen in het hoogseizoen naar de Zeeuwse kust. Maar het eenzijdige zon-zee-strand-imago heeft de toeristische sector in Zeeland kwetsbaar gemaakt. Langs de Zeeuwse kust heeft zich een aaneengeregen lint gevormd van campings en bungalowparken; een monocultuur die Zeeland op den duur geen goed doet. Dit heeft ertoe geleid dat er bij overheden en burgers een aversie is ontstaan tegen nieuwe ontwikkelingen in de recreatiesector en dat de provincie de bouw van nog meer campings en bungalowparken langs de kust heeft verboden. Dat betekent echter stagnatie. Terwijl de toeristische sector juist gebaat is bij innovatie. Tegelijkertijd neemt de groep toeristen die alleen zon en strand zoekt af. Overal in Europa en daarbuiten, voeren steden en regio’s een concurrentiestrijd om de aandacht van de consument. De recreatiesector zal zich daarom moeten vernieuwen. Hoe gaat Zeeland daarmee om en kan cultuurhistorie daarin een rol spelen? Heroriëntatie De provincie Zeeland beseft dat de toeristische sector zich in een kritische overgangsfase bevindt en onderzoekt of en hoe een kwalitatieve slag te maken valt. 'De combinatie van cultuurhistorie en zon en water is voor toeristen heel interessant', zegt de Zeeuwse gedeputeerde Thijs Kramer: 'Dat blijkt al uit de populariteit van historische stadjes als Veere en Middelburg, maar ook de cultuurhistorie van het Zeeuwse landschap zou je veel meer kunnen benutten en zichtbaar maken.' Zeeland wil dan ook niet meer alleen inzetten op de kust, maar nagaan of een versterking van het binnendijks toerisme mogelijk is en zoekt naar invalshoeken om ook andere publieksgroepen te bereiken. Historische gelaagdheid Maar hoe doe je dat? In het Belvedere gedachtegoed staat een zoektocht naar de eigen identiteit centraal. Identiteit is namelijk geen plakkertje dat je er van buitenaf op plakt, maar zit in de gelaagdheid van de geschiedenis van een plek; een gelaagdheid die tot en met vandaag loopt. Die visie begint steeds meer post te vatten, beaamt ook gedeputeerde Kramer: 'Cultuurhistorie speelt altijd een rol, juist ook in ruimtelijke ordening.' Aandacht voor de historische gelaagdheid van een gebied kan ervoor zorgen dat cultuurhistorie en toerisme niet los van elkaar, elk op hun eigen eilandje, 'attracties' bedenken of gebouwen conserveren, geïsoleerd van de maatschappelijke werkelijkheid. Erfgoed moet in de visie van Belvedere meer zijn dan een leuk speeltje. Publicist en onderzoeker Steven van Schuppen pleit voor een flexibele omgang met cultureel erfgoed: 'Je ziet dat cultuurhistorici vaak alles willen behouden zoals het was, terwijl je aan een omgeving of landschap best mag zien, dat het van functie verandert.' Staats-Spaanse Linies en Landfront Vlissingen Een van de verhalen die deel uitmaken van de Zeeuwse identiteit, is het verhaal van de Staats-Spaanse Linies in Zeeuws-Vlaanderen. Deze linies zijn in de Tachtigjarige oorlog ontstaan. Tijdens deze opstand van de 'Staatsen' (Hollanders) tegen de Spanjaarden fungeerde Zeeuws-Vlaanderen als een buffer tussen de Republiek en het door de Spanjaarden bezette gebied. Op lokaal niveau werden door de Staatsen en de Spanjaarden vestingwerken aangelegd. Deze liniezone vormt een 'landschappelijke ruggengraat' in Zeeuws-Vlaanderen, lopend van oost naar west. In opdracht van de provincie Zeeland stelde H+N+S Landschapsarchitecten een planstudie op met voorstellen hoe de ontwikkeling van dit cultureel erfgoed als toeristische trekpleister kan worden vormgegeven. Gedeputeerde Kramer: 'Belvedere heeft ons dit verhaal aangereikt. Nu moeten we bepalen welke concrete projecten we de komende jaren gaan uitvoeren. Daarvoor moeten we geld en middelen creëren.' Dat kan, denkt Kramer, door recreatie te combineren met andere functies in het landelijk gebied, zoals waterbeleid, natuur en internationale samenwerking. 'Meer recent is de geschiedenis van het Landfront Vlissingen,' vult mevrouw De Bruijn aan. De Bruijn is burgemeester van de gemeente Veere, voorzitter van de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland én Belvedere regiegroeplid waarin zij het onderwerp 'recreatie' in portefeuille heeft. In de Tweede Wereldoorlog lieten de Duitsers een verdedigingslinie - de Atlantikwall - bouwen langs de West-Europese kust. Vlissingen werd als belangrijke en strategisch gelegen havenstad ook in deze linie opgenomen. Voor de provincie Zeeland kan het Landfront als cultuurhistorische grens gebruikt worden om de uiteenlopende identiteit van de steden Vlissingen en Middelburg te markeren. Burgemeester de Bruijn: 'Voor de gemeente Veere speelt de Atlantikwall een rol in het toeristisch beleid. Een nieuw museum, het Polderhuis, en wandel- en fietsroutes maken dit deel van de Zeeuwse cultuurhistorie zichtbaar en toegankelijk voor bewoners en toeristen.' Ontwerp en toeristisch potentieel Er zijn nog veel meer verhalen die vertellen over de identiteit van Zeeland. Ook de zee en de kust hebben hun eigen historische gelaagdheid en kunnen daarmee richting geven aan de inrichting van het kustgebied. Van Schuppen: 'Grote recreatieparken die in de jaren tachtig en negentig zijn gebouwd, zoals De Banjaard en Port Zélande, hebben geen binding met Zeeland. De sfeer van oorspronkelijkheid die ze moeten uitstralen, is van elders geïmporteerd. Nieuwe ontwikkelingen zouden juist steeds gekoppeld moeten worden aan historische tijds- en identiteitslagen. Want waarom zou je nieuwe structuren creëren, als je ook oude, overgeleverde patronen kunt gebruiken? Dat betekent dat overheden goed moeten nadenken over wat ze willen en ook 'nee' moeten durven zeggen.' Hergebruik Naast nieuw te ontwikkelen vormen van verblijfsaccommodatie en het maken van kwaliteitsslagen op bestaand recreatieterrein, biedt het hergebruik van gebouwen kansen voor kleinschalige, particuliere recreatieve initiatieven. Van Schuppen noemt agrarische schuren die leeg komen te staan, militair erfgoed en ook leeggekomen vakantiekolonies en psychiatrische instellingen als voorbeelden van ruimtes die herontwikkeld kunnen worden tot verblijfsaccommodaties. Niet als losstaande, niets meer met de omgeving te maken hebbende, gebouwen maar met benutting van de ruimtelijke kwaliteiten van de omgeving. 'Het gaat om het ontwikkelen van ideeën die passen bij je identiteit. Om het leefbaar maken van 'oude' landschappen. Daar komen mensen op af. Als bezoekers de 'echtheid' van een gebied ervaren, dan blijven ze of willen ze terugkomen en daarmee schep je ook een belang om erfgoed te behouden.' Samenwerking Als Zeeland een kwalitatieve slag wil maken in de toeristische sector zal culturele planologie de verbindende factor moeten zijn tussen erfgoed, toerisme en ruimtelijke ordening. Van belang daarbij is, dat cultureel erfgoed niet als losstaande objecten, losgezongen uit hun omgeving, aan het publiek wordt gepresenteerd, maar in hun onderlinge samenhang. De Bruijn: 'de Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland kan de kennis aanleveren en als bron van inspiratie dienen.' Echter ook samenwerking en het kunnen uitstijgen boven het lokale niveau en particuliere belang is noodzakelijk. Gedeputeerde Kramer: 'De provincie is het geëigende bestuurslichaam om de regie te voeren. Zeker als het gaat om de ontwikkeling van de identiteit van een gebied. Maar ook lokale bestuurders moeten enthousiast worden en blijven en we moeten samenwerken met overkoepelende toeristische organisaties.' Er liggen genoeg kansen voor Zeeland waarbij recreatie kan fungeren als drager van cultuurhistorie. De kust, het landelijk gebied en de Zeeuwse steden bieden uitgelezen mogelijkheden. [Dit artikel verscheen eerder in Nieuwsbrief 23 van Belvedere] |
AdvertentiesUw klik is geld waard!Help ArcheoNet online te houden: bezoek de onderstaande links! Zoeken met GoogleHoud ArcheoNet online! Zoek met Google:DisclaimerNieuwsberichten worden op internet gezocht, uit dagbladen overgenomen of toegestuurd.Archeonet is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de artikelen. De achtergrondfoto is afkomstig van Museum Het Valkhof. |