Volksgebruiken in Zuid-Limburg

Veel heidense rituelen zijn bij de kerstening opgenomen in de traditie van de christelijke kerk. Kerkelijke feestdagen gaan vaak gepaard met rituelen voor vruchtbaarheid, bescherming en genezing. In het katholieke Zuid-Limburg zijn hiervan nog veel voorbeelden terug te vinden. In dit artikel wil ik vooral ingaan op gebruiken die samenhangen met de acht jaarfeesten.

De heidense jaarfeesten zijn bedoelt om de Goden en de Aarde te eren, en om de levenskracht in de natuur te activeren. Ze geven de kringlopen van de seizoenen en de landbouw weer en zijn van oudsher in heel Europa bekend geweest en gevierd.

De Kelten en Germanen lieten de nieuwe dag beginnen op de avond ervoor en hun nieuwe jaar aan het begin van de winter. Het eerste feest in de cyclus is dan ook het winterfeest. De oogst is binnen en het overtollige vee wordt geslacht om in de winter een voorraad voedsel te hebben.
In Limburg was het tot de jaren ´60 een goed gebruik om het huisvarken te slachten op 25 november, de dag van sint Catharina. Het gezegde "sint Katrien deit de verkens pien" herinnert hier nog aan. Koeien werden op deze dag vaak binnen gehouden, de traditie was namelijk dat een koe die op met sint Katrien in de wei stond door iedereen gemolken mocht worden.
De drie dagen voor en na 25 november waren de zgn. "borteldagen". Op deze dagen mocht niet gezaaid of geslacht worden anders zou het zaad uit de grond komen en het spek uit de pan spatten. Sint Katrien zorgde ook voor vruchtbaarheid. Op haar feestdag werd door de mensen koolbladeren met wol omwikkeld en in de groentetuin begraven. Zo zouden de kolen beter groeien. Daarnaast zou pijn verdwijnen door met sint Katrien een trouwring over pijnlijke lichaamsdelen te wrijven.
Ook de gebruiken rond sint Maarten (11 november) zijn terug te voeren op het oude winterfeest. Deze heilige vertoontveel kenmerken van Wodan . Een van de gebruiken rond sint Maarten is het sint maartensvuur. Kinderen van het dorp gaan in optocht met lampions van uitgeholde bieten naar een weiland, waar een groot vuur brand. Dit vuur had oorspronkelijk de functie om het vee en de akkers te reinigen en te beschermen tegen ziekten tijdens de komende winter. Rond het sint maartensvuur werd samen gedronken en in Limburg werden er koeken gegeten van boekwijtmeel, de zgn. bookeskook.
Met sint Maarten is begint de winter, dat blijkt uit het gegeven dat op 11 november in Limburg het carnavalsseizoen begint. Op deze dag wordt in veel plaatsen de nieuwe prins carnaval officieel beëdigd en beginnen de voorbereidingen voor het feest.

Midwinter is het volgende jaarfeest, hierbij wordt gevierd dat de zon haar laagste punt bereikt heeft en dat de dagen weer langer worden. Elementen van midwinter zijn in verschillende christelijke feesten terug te vinden. Een eerste voorbeeld hiervan is sint Lucia (13 december), een heilige die vooral in Vlaanderen populair is. Vroeger werd de nacht van 12 op 13 december beschouwd als de langste nacht en hierdoor zijn veel midwintergebruiken opgegaan in de verering van sint Lucia.
Vee en (huis)dieren werden in deze nacht verwend met extra lekker en veel voer. Lucia werd al in de 12e eeuw vereerd in Limburg (met name in Beek).
Gebruiken rond deze heilige hebben vooral betrekking op genezing van oogziekten en bescherming tegen veeziektes. In Ravenstein is het sinds 1718 de gewoonte om op 13 december te bidden tegen besmetting van het vee en hierbij 13 kaarsen te branden. Vaak werden met sint Lucia veemarkten gehouden en een lichtkoningin gekozen. Soms werd met een lichtstoet rond het dorp getrokken. Verschillende Lucia-gebruiken zijn terug te voeren op de germaanse Godinnen Holda en Perchta.

Ook in de gebruiken rond het kerstfeest zijn nog veel heidense elementen terug te vinden. Vrij algemeen waren het geloof dat dieren in de kerstnacht kunnen spreken en het verbrandden van de kerststronk. Deze stronk gaat terug tot het joelblok dat door de Germanen en Kelten met midwinter werd verbrand om de vruchtbaarheid te bevorderen. De traditie wil dat dit eikenhout was, maar in Limburg werden ook andere houtsoorten gebruikt. Een ander gebruik was het laten zegenen van een zakje graan. Dit werd daarna aan de kippen gevoerd om ze te beschermen tegen ziektes. Ook werden er in de kerstnacht takken afgesneden van fruitbomen en in water gezet. Als de tak zou bloeien met Maria-Lichtmis (2 feb) zou dit wijzen op een goede fruitoogst. Een grappig gebruik is dat muzikanten in de kerstnacht van instrument wisselden. De "muziek" die ze hierna maakte moest de verwarring voorstellen die gepaard ging met de geboorte van Christus.
Verschillende baksels die rond de jaarwisseling worden gegeten zijn terug te voeren op het midwinterfeest. In de meeste Limburgse dorpen hebben nieuwjaarskoeken de vorm van een mannetje of een vrouwtje. Er zijn tientallen varianten van bekend met elk een eigen naam en vorm. Een voorbeeld hiervan is de Steven of Steveman, een mannetje met een pijp. De naam is een verwijzing naar sint Stefanus (26 dec). Deze vorm van baksels zijn terug te voeren op Germaanse brandoffers. Er zijn ook koeken bekend in de vorm van een acht; dit soort "krakelingen" werden britzels of brezels ge-noemd. Ook deze voeren terug op offers aan de Goden of de geesten van de doden.
-Het einde van het midwinterfeest is de 13e dag, tegenwoordig driekoningen (6 jan). Een bekend gebruik is dat op deze dag een brood werd gegeten met een boon erin. Wie deze boon kreeg (vaak een kind) was die dag "koning". In sommige Limburgse dorpen werd behalve een koning ook een koningin, hofnar, lakei, etc. gekozen, wat vaak leidde tot verkleedpartijen en grote hilariteit. In BelgischLimburg werden drie kaarsen voor het raam gebrand om het huis te beschermen tegen boze geesten en de zegen van de drie koningen te vragen. Dit gebeurde de avond van vijf januarie.

Het derde jaarfeest is het ploeg- en zaaifeest. Dit heeft te maken met reiniging en het opwekken van levenskracht. Onder invloed van de kerk veranderde dit feest in Maria-reininging of Maria-lichtmis (2 feb). Op deze dag werden in de kerk kaarsen gewijd en daarna in processie door of om de kerk gedragen. Deze kaarsen werden gebruikt om onheil af te weren. Daartoe werden ze gebrand bij onweer of ziekte en werd er met het kaarsvet een kruis gemaakt boven de deuren van het huis en de stallen. In verschillende dorpen liepen imkers met een brandende kaars een ronde door de veld-en. De bijen zouden dan s´zomers niet verder vliegen dan de cirkel die de imker getrokken had.
Op 3 februari worden in Belgisch-Limburg kaarsen gewijd aan sint Blasius, twee kaarsen zijn aan elkaar gebonden tot een gelijkarmig kruis en de ontvanger wordt ermee gezegend. De kaarsen be-schermen tegen keelziekten.

Het lentefeest is om definitief afscheid te nemen van de winter en om de groeikracht in de natuur te bevorderen. Oude gebruiken rond dit feest zijn tegenwoordig nog terug te vinden in de vastenavond en pasen. Vastenavond is het begin van een 40-daagse vastentijd en wordt in Limburg gevierd als carnaval. Wat voor de Germanen en Kelten winter was, is in Limburg carnaval. De regeerperiode van Prins Carnaval begint op 11 november met sint Maarten en eindigd met vastenavond.
Het vastenavondsfeest begint op zaterdagavond met het auwwieverbal waarbij de mensen zich vaak verkleden als oude vrouw. Dit gebruik is terug te voeren op de heidense verering van de Graangodin in de maand februari.
Tijdens het vastenavondsfeest wordt de wereld drie dagen op z´n kop gezet. Iedereen is verkleed, viert feest en alles wat normaal niet mag kan nu wel. Een hoogtepunt van het feest is in de meeste dorpen de optocht. Een stoet verklede mensen trekt met versierde wagens rond en er wordt snoep uitgedeeld aan de kinderen. Dit gebruik is terug te voeren op het Romeinse feest van de parentalia (13-21 feb). Hierbij werden de geesten van de voorouders opgeroepen om de akkers weer vruchtbaar te maken. Het einde van de winter wordt bij het vastenavondsfeest vaak uitgebeeld door een stropop in een rivier te gooien (Roermond) of te verbranden (Maastricht).
In Noord-Limburg wordt de vastenavond afgesloten met het opvoeren van de "boerenbruiloft". Deze symbolische huwelijksvoltrekking is een duidelijk vruchtbaarheidsritueel. Het carnavalsfeest wordt in Belgisch-Limburg gevierd met halfvasten. Op een zondag halverwege de vastentijd trekt dan een optocht door het dorp. In Sittard was het gebruik om met halfvasten "krombroodjes" te rapen. Dit zijn taai-taai poppetjes in de vorm van een haan die aan de dorpskinderen werden uitgedeeld.

Ook werd met halfvasten in sommige Limburgse dorpen een Lenteprins gekozen. Veel oude gebruiken rond het lentefeest zijn terug te vinden met pasen. In veel dorpen trokken de kinderen na de processie door het dorp met een (palm)tak waaraan traktaties werden gehangen. Deze tak werd de "palmebessem" genoemd. Ook werden op zondag met pasen in de kerk palmtakjes gewijd. Deze werden gebruiktt om thuis kruizen en heiligenbeelden mee te versieren, maar ze werden ook boven de deuren van het huis, de stallen, het kippenhok, enz. gehan-gen om bescherming tegen onheil te bieden. Enkele takjes werden door het zaaigoed gemengd om de vruchtbaarheid te be-vorderen. Ook plaatsten de boeren een palmatakje op hun akkers voor een goede oogst. Dit gebeurde in Limburg meestal op paasmaandag.

Het volgende jaarfeest is Meiavond. Dit is een vruchtbaar-heidsfeest waarbij de nadruk ligt op de bevruchting van de bloesems. Meiavond is het feest waarop het begin van de zomer wordt gevierd. Veel van de gebruiken rond dit feest hebben zich weten te handhaven als meifeest of zijn terug te vinden in het christelijke pinksterfeest. Vrij algemeen was het gebruik om een meiboom op het dorpsplein te plaatsen. Dit was een hoge boom die langs de stam van zijn takken was ontdaan. Deze boom werd feestelijk ingehaald en er wordt door de dorpelingen omheen gedanst. Dat het een gezellig feest was blijkt wel uit het feit dat ,naar schatting, ongeveer een derde van de deelnemende meisjes in de meinacht haar maagdelijkheid verloor. Na de overheersing door Napoleon ver-loor de meiboom zijn grote populariteit.
Toch worden met name in het Limburgse mergelland nog jaarlijks meibomen ge-pland. In Noorbeek heet deze boom de "Brigidaden, wat verwijst naar de keltische godin Brigid. Behalve een meiboom op het dorpsplein werden ook de huizen van meitakken voorzien om de vruchtbaarheid te bevorderen. Bij huwbare meisjes werden meitakken in de tuin gepland. Een dennetak was een echte liefdesverklaring, een haagdoorn werd gezet bij de minder populaire meisjes en een meisje wat voor iedereen te krijgen was kon op een kersetak rekenen. In Sittard plaatsten jongens een doornenstruik met kervel in de tuin van een meisje waar ze boos op waren. Op de eerste zondag van Mei werden de meisjes door de jongens van het dorp onderling verdeeld en werden deze "meiliefsten" getrakteerd op allerlei lekkernijen.
Veel meigebruiken zijn terug te vinden rond pinksteren. In veel Limburgse dorpen werd een pinksterbloem gekozen, een meisje van een jaar of zes. Hiermee trokken de meisjes dan zingend door het dorp om traktaties los te peuteren. De liedjes varieerde van dorp tot dorp. In Spaubeek werd de pinksterbloem het "Meibleumke" genoemd. Een Meibruid en -bruidegom zijn mij niet bekend in Limburg, wel herinnerd de boerenbruiloft in Noord-Limburg aan dit gebruik.

De laatste drie jaarfeesten zijn midzomer, het oogst- en herfstfeest. Deze feesten zijn in Limburg niet goed afzonderlijk terug te vinden. In verschillende dorpen werden na de oogst de gewassen en vruchten gezegend en werden de laatste wagens met koren feestelijk ingehaald. Bovenop deze wagen stond dan de laatste korenschoof. Deze schoof werd gezamenlijk gedorst en vaak daarna verbrand.
Vrij algemeen was het maken van een "kroedwusj" op 15 augustus. Dit is de feest-dag van Maria-hemelvaart en de datum waarop in Limburg vaak oogstfeesten gehouden worden. Op deze dag werd in de kerk bossen met bloemen en kruiden gezegend waar mensen daarna een bundeltje van maakten. De kroedwusj bestond uit 2 broodgranen, 1 boomvrucht en 4 geneeskrachtige of onheilafwerende kruiden. De kroedwusj werd op zolder opgehangen en stukjes werden verbrand bij onweer. Ook werd de kroedwusj gemengd door het veevoer bij ziekte en een deel ervan werd aan overledenen meegeven in het graf.

[Yggdrasil, Jack Stoop, 2002]

[#] [13 maart 2004, 11:26:28] [Cat.: Overig]


Advertenties

Uw klik is geld waard!
Help ArcheoNet online
te houden: bezoek de
onderstaande links!


Zoeken met Google

Houd ArcheoNet online! Zoek met Google:
Google


Disclaimer

Nieuwsberichten worden op internet gezocht, uit dagbladen overgenomen of toegestuurd.
Archeonet is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de artikelen.

De achtergrondfoto is afkomstig van
Museum Het Valkhof.