Maiden Castle, huis van de goden

Maiden Castle is een heuvelfort in Dorset, Zuidwest-Engeland. Het fort heeft een imposant uiterlijk door de zeven hoge aarden wallen die het plateau omringen. Leonard Cotrell, auteur van tal van archeologische boeken over Egypte, Griekenland, Kreta en het Midden-Oosten classificeerde het ondanks zijn mondiale visie als "quite the most stupendous prehistoric fortress" dat hij zag. De eerste mensen vestigden zich op deze plaats in de Late Steentijd. De verdedigingslinies zijn in etappes in de IJzertijd aangelegd. Het is moeilijk voor te stellen hoeveel aarde verzet is om dit fort van circa 1200 bij 530 meter aan te leggen. Het is nu sowieso moeilijk om Maiden Castle voor te stellen als een plaats van bedrijvigheid. De site ligt er, zeker op dagen van somber weer, verlaten bij. Schapen zijn de enige locals. De vlakte waar verharde paden liepen tussen hutten en opslagplaatsen van de Keltische bewoners, die de plaats Dunum noemden, is slechts een groot grasveld. De enige zichtbare sporen van bebouwing zijn de stenen fundamenten van een Romeinse tempel en huis. Juist deze symboliseren het doorbreken van de bewoningscontinuïteit. Aan de bewoning die de gehele prehistorie voortduurde kwam door Romeinse agressie in de eerste eeuw na Christus een einde.

In 43 na Chr. vielen de Romeinse troepen van Legio II Augusta onder leiding van Flavius Vespasianus, de latere keizer (69-79), Maiden Castle aan. De aanval van de heuvelforten (oppida) waren onderdeel van de campagne van keizer Claudius (41-54) om Brittannië in te lijven. Opgravingen uitgevoerd door Sir M. Wheeler in 1934-1937 brachten getuigen van de strijd aan het licht. Een skelet werd gevonden met de pijl nog in situ, tussen de ruggenwervels van de ongelukkige. Maiden Castle werd na de verovering overgelaten aan de overgebleven inwoners. De Romeinen bouwden drie kilometer noordelijker de nederzetting Durnovaria, het huidige Dorchester. Rond het jaar 70 verlieten ook de achterblijvers Maiden Castle. Menigeen zal onderdak hebben gevonden in de omgeving van Durnovaria dat uitgroeide tot een welvarend gebied. Het heuvelfort werd een ghost town.
De aantrekkingskracht die van de plaats uitging, bleef in ieder geval voldoende om er in de tweede helft van de vierde eeuw een Romeins-Britse tempel te bouwen. Interessant is het om dit te zien in het licht van godsdienstige ontwikkelingen in het Romeinse Rijk. Het christendom was in 313 tot officiële religie verklaard. Het was echter nog niet gedaan met de oude goden. De tempel op Maiden Castle was één van de vele tempels die in Brittannië werden gebouwd in die periode. Was dit een laatste krachtsinspanning om niet toe te geven aan het monotheïstische christendom? Ironisch is het dat de bouwstijl van de tempels elementen verraadt die kenmerkend zijn voor de vroege Grieks-Romeinse kerken. De plattegrond is vierkant. Het middelste gedeelte is de cella, het heiligdom van de god. De tempel was dus geen verzamelplaats voor gelovigen zoals de christelijke kerk, maar een huis voor de godheid. De cella werd door een veranda omringd. Het dak van de veranda werd aan de buitenzijde gedragen door een muur of pilaren van hout of steen. Welke god of goden er werden vereerd is niet zeker. Een bronzen plakkaat toonde Minerva, een beschermende godin die met Jupiter en Juno een trias, groep van drie goden, vormde. Andere vondsten zijn moeilijk te determineren, maar wijzen in de richting van een oorlogsgod en van Diane, een jacht- en maangodin. De moeilijkheid wordt vergroot doordat naast de Romeinse goden inheemse goden werden vereerd van wie zelden namen zijn overgeleverd. Vergelijkingen met vondstcomplexen elders in gebieden die tot het Romeinse Rijk behoorden, brengen soms uitkomst. De driehoornige stier met drie berijders die in Maiden Castle werd opgegraven, wordt in inscripties op het Europese vasteland Tarvos Trigaranus genoemd. De stier heeft drie berijders: een kaal vrouwenfiguur, een figuur waarvan het hoofd is afgebroken en een mensfiguur met vogelkop, mogelijk een uil. Uit de genoemde voorbeelden blijkt de complexiteit van de ‘godendeterminatie’; ze zijn multifunctioneel, divers in uiterlijk en groot in aantal.

Naast de tempel lag een klein huis met twee vertrekken; het onderkomen van de priester. Geïmporteerd marmer wijst op een kostbaar interieur. Dichtbij de tempel zijn vier inhumatiegraven gevonden. De lichamen zijn mogelijk van de priesters of hun dienaren. Als de priesters inderdaad een dienaar hadden, zou deze in de eveneens vierde-eeuwse ronde hut dichtbij de tempel kunnen hebben vertoefd. Aan de infrastructuur is ook gedacht. De oostelijke ingang van Maiden Castle werd aangepast en er werd een verharde weg aangelegd tot aan de tempel.

De weg raakte echter weer verlaten. De tempel werd een ruïne. De Romeinen verlieten Brittannië en de oude Romano-Britse goden werden langzaam maar zeker verdreven door heidense goden die meekwamen met de Germaanse invallers. Ook deze maakten op hun beurt plaats voor de Ene God van de christelijke Kerk. Niettemin voel je op plaatsen als Maiden Castle nog de kracht van de natuurkrachten en de prechristelijke goden die daaraan verbonden zijn. Althans, als je daar gevoelig voor bent… en zeker als je er bent op een regenachtige, donkere dag en opeens een regenboog ziet verschijnen. Het werk van de weergoden?

[Bron: HistoCasa, Leon Mijderwijk]

[#] [13 maart 2004, 11:15:44] [Cat.: Overig]


Advertenties

Uw klik is geld waard!
Help ArcheoNet online
te houden: bezoek de
onderstaande links!


Zoeken met Google

Houd ArcheoNet online! Zoek met Google:
Google


Disclaimer

Nieuwsberichten worden op internet gezocht, uit dagbladen overgenomen of toegestuurd.
Archeonet is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de artikelen.

De achtergrondfoto is afkomstig van
Museum Het Valkhof.