Opgegraven genot

Geschiedenis van de tabakspijp
Nederland maakte kennis met het roken van tabak in de zestiende eeuw. Dat het aansloeg is een feit; vele schilderijen, onder andere van Jan Steen, tonen tevreden rokers. Roken was hét nieuwe genot. In de zeventiende eeuw stortten vele bedrijfjes zich op de fabricage van kleipijpen. De afzet bleef niet lang beperkt tot de regionale markt. Over de hele wereld worden resten van Hollandse pijpen gevonden.

De vraag is waarom we zoveel resten aantreffen van pijpen? De pijp -gemaakt van een speciaal soort klei, de zogenaamde pijpaarde- is een gebruiksvoorwerp met een grote breekbaarheidsfactor, zowel bij productie als bij gebruik. Achteloos werden de afgedankte modellen weggegooid en vormen daardoor een groot deel van ons bodemarchief.

Archeologie
Het nut van de pijp als archeologisch materiaal werd in de vorige eeuw al ingezien. Professioneel werd de interesse pas de laatste vijftig jaar. Vele publicaties volgden en in menig archeologisch rapport is er ruimte overgelaten voor de pijp. Dit om drie redenen. Ten eerste om de vondst zelf. De pijp is over het algemeen een knap stukje werk en vorm en/of illustratie zijn het bekijken waard. Ten tweede kan de vondst iets vertellen over de plaats van afkomst van het kleipijpenafval. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de Nieuwehaven in Gouda, waar in 1995 opgravingen zijn verricht. De vondsten uit de voormalige gracht bevestigden de historische betekenis van de vindplaats. Aan het water waren niet alleen vele pijpenmakers actief, maar tevens werd vanaf 1668 een heuse pijpenmarkt gehouden. ("Graven in een gracht", Gemeente Gouda, Gouda, 1997) Andere vondsten zoals gereedschap, pijpewroeters en tabaksdozen kunnen ook aanwijzingen zijn voor handel casu quo gebruik van de pijp.

Datering
De derde reden dat de pijp interessant is als vondst, is dat datering mogelijk is. "Mogelijk" is het goede woord. Het is namelijk geen eenvoudige opgave om de pijp te dateren. Een jaartal op een pijp is sporadisch aanwezig, evenals een dateerbaar "figuur" (bijvoorbeeld: het jubileum van het Leids Ontzet) De meeste pijpen bieden ons alleen hun vorm, materiaal en merk als aanwijzing. Datering aan de hand van de vorm vraagt om een geoefend oog, waarbij gezegd kan worden dat de kleine kopjes de oudste zijn (tot ca. 1715). Keus voor die maat was voor de handliggend. De tabak was duur en in een kleine pijp paste niet zoveel. In de tweede helft van de achttiende eeuw gaat men meerdere maten maken, datering op grond van grootte is dan afgelopen. Pijpologen herkennen aan het vroege materiaal zelfs de productieplaats. Zo groot waren de regionale verschillen. Aan het eind van de zeventiende eeuw kwamen de standaardmodellen. Toen de tabak voor meerdere mensen betaalbaar werd, gingen ook de pijpenmakers hun productie verbreedden. De kwaliteit van de pijp bepaalde de prijs. De "fijne" kwaliteit stond voor een modieus model, een zorgvuldig afgewerkte pijp. De "grove" pijpen zijn ongepolijst (mat oppervlak).

De grove pijp is slecht te dateren, want niet alleen ontbrak een modegevoeligheid, tevens werd er geen hielmerk op geplaatst. De maker van de pijp was aan dit merk (initialen, cijfer of figuur) herkenbaar.

De meeste pijpenmakers waren verenigd in gilden. Het gilde controleerde de kwaliteit van de pijp en ging na of het "huishoudelijk reglement" werd nageleefd. Uit de gildenboeken zijn veel gegevens te halen. Onder andere welke merken wanneer en door wie werden gebruikt. Opgemerkt moet worden dat merken verkocht, verpand of geërfd konden worden. Merken konden dus in handen van verschillende personen komen en daardoor meerdere eeuwen trotseren.

Nog één ding maakt het dateren moeilijk. De pijpenmarkt was zeer divers. Steden kenden hun eigen makers en iedere maker had weer zijn merk. Studies die zijn verschenen zijn daarom veelal van regionale aard. Over de Goudse pijp, Gouda was immers hét bolwerk van de pijpenindustrie, zijn honderden werken geschreven. Het is daarom raadzaam een zoektocht te starten in een boek over de Goudse pijpenmakers (zie bibliografie) Maar ook bijvoorbeeld Gorinchem en Utrecht hebben hun historie op dit gebied. De determinatie van de productieplaats is daarom belangrijk en kan mogelijk uit de vindplaats worden afgeleid.

Epiloog
De pijp was niet weg te denken uit de cultuur van de zeventiende tot de negentiende eeuw. Hoewel munten en sieraden vaak meer tot de verbeelding spreken, speelde in het leven van de man of vrouw die na verlies tevergeefs naar duit of ring zocht "een pijpe tabacco" een grote rol.

[Bron: HistoCasa, Leon Mijderwijk]

[#] [13 maart 2004, 11:05:59] [Cat.: Overig]


Advertenties

Uw klik is geld waard!
Help ArcheoNet online
te houden: bezoek de
onderstaande links!


Zoeken met Google

Houd ArcheoNet online! Zoek met Google:
Google


Disclaimer

Nieuwsberichten worden op internet gezocht, uit dagbladen overgenomen of toegestuurd.
Archeonet is niet verantwoordelijk voor de inhoud van de artikelen.

De achtergrondfoto is afkomstig van
Museum Het Valkhof.